Historie
Historie Wilhelminalaan 10 (‘Welgelegen’) en 12 (‘Overpost’).

Vanaf de Gouden Eeuw lagen langs de oevers van de Rijn fraaie buitenplaatsen. Rijke kooplieden en notabelen bouwden deze ‘buitens’ buiten de toenmalige dorpen Alphen
en Oudshoorn in het graafschap Holland. De buitenplaatsen waren meestal niet permanent bewoond. Wij nemen u graag mee in de rijke historie van onze panden Overpost (Wilhelminalaan 12) en Welgelegen (Wilhelminalaan 10), waar nu Berntsen Mulder
Advocaten gevestigd is. Voor de Tweede Wereldoorlog heette de Wilhelminalaan nog de Wilhelminastraat; tijdens de oorlog werd dit de Wilhelm de Zwijgerlaan, omdat straten niet naar nog levende leden van het Koninklijk Huis mochten worden vernoemd.
Oproep
Dit historische overzicht van de panden Overpost (Wilhelminalaan 12) en Welgelegen (Wilhelminalaan 10) in Alphen aan den Rijn is met zorg samengesteld met behulp van verschillende personen en uiteenlopende historische bronnen. Ondanks deze inspanningen kan niet worden uitgesloten dat onvolledigheden of onjuistheden in de tekst zijn opgenomen.
Oproep: Wij nodigen historici, deskundigen, betrokkenen en leden van (lokale) historische verenigingen van harte uit om aanvullingen, correcties of nadere informatie met ons te delen.
Iedere bijdrage is welkom en wordt zeer gewaardeerd. Als u nog foto's of ander materiaal heeft over de panden, zouden we daar ook graag een kopie van ontvangen. Al dit materiaal online toegankelijk maken.
Reacties kunnen worden gestuurd naar: info@berntsenmulder.nl
Samen kunnen wij bijdragen aan het zo zorgvuldig mogelijk vastleggen en veiligstellen van de rijke geschiedenis van de panden Overpost en Welgelegen in Alphen aan den Rijn.
Bij voorbaat hartelijk dank.
Karin Nijman-Weninger
1641
Overpost: Het gebouw dat later bekend werd als ‘Overpost’, nu Wilhelminalaan 12, werd gebouwd volgens het toen gangbare model. De exacte bouwdatum is niet bekend. In 1641 wordt bij een boedelscheiding gesproken over een huis, schuur, erf en boomgaardje. De naam ‘Overpost’ komt dan nog niet voor. De vroegste vermelding betreft ene Jan Dircksz., die in 1651 kennelijk reeds overleden is omdat in dat jaartal genoemd wordt ‘de weduwe’ van Jan Dircksz..
1664
Overpost: In 1664 wordt Dirck Jansz. vermeld (houtkoper).
1670
Overpost: In november 1670 werden de overdeelde goederen van Dirck Jansz. Hontscoop getaxeerd ten behoeve van de gezamenlijke erfgenamen. Genoemd wordt een huis en erf buiten het dorp, tussen Rijn en Hoge Rijndijk. Als tweede inbreng een schuur, erf en boomgaardje. Deze percelen zijn de voorganger van Overpost.
1683
Overpost: Bij de boedelscheiding van wijlen Jan Dirckz. Hontscoop en zijn vrouw Jannitgen Jansdr. komen de kinderen in het bezit van Overpost. In 1690 besluiten de kinderen Arij, Cijtgen en Marritje Hontscoop een groot deel van hun bezittingen te verkopen.
1690-1720
Overpost: Op 2 januari 1690 verkopen de weeskinderen van Dirck Ariensz. Hontscoop en Neeltje Dircksdr. Turckenburgh — de meerderjarige Arij en Sijtgen (of Cijtgen), en de voogden over de minderjarige Marritje — een huis, erf, berg en schuur, gelegen buiten het Noordeinde van Alphen tussen de Rijn en de Hoge Rijndijk. Koper is Arend (Arent) Maas, meester-stadsschilder uit Amsterdam.
1720
Overpost: In oktober 1720 laat Arend Maas zijn eigendommen in Alphen verkopen aan Aaltje van der Kiste, weduwe van Tobias IJsbrantsz. van Klaveren (bewoning 1720–1721).
Welgelegen: wordt in 1720 van Joan de Jong verkocht aan Joas Suelleijn.
1721
Overpost: Op 18 december 1721 koopt Dominicus Post “een erf, waarop tegenwoordig een huis en schuur staat”.
Post is gehuwd met Reinsje Pieters de Vries, en hertrouwt na haar overlijden in 1724 met Margarita Kraan, weduwe van Cornelis van Leeuwen.
Dominicus Post wil het bestaande huis afbreken en een royaler pand laten bouwen. Voor de bouw ontvangt hij twee leningen van zijn buurman Suelleijn. Op 25 oktober 1724 verkoopt Suelleijn zijn pand Welgelegen aan Dominicus Post.
Welgelegen: In 1721 wordt vermeld dat ten zuiden van Overpost Joan Suelleijn woont.
1727
Overpost: In 1727 verkoopt Dominicus Post Overpost (“huis en erf”) aan Magtilda Engebregt, gehuwd met Antonij Groen en woonachtig in Amsterdam.
Bewoning Magtilda Engebregt: 1727–1731.
1731
Overpost: In 1731 verkoopt Magtilda Engebregt Overpost aan de Amsterdammer Cornelis de Roos. In het pand bevinden zich dan “behangsels in de kamers”, wat wijst op een representatieve inrichting.
1734
Overpost: Vanaf 1734 woont Sijmon Plaat (met zijn echtgenote Anna Roos) in het pand, tot 1754. In deze periode wordt een stenen koepel bijgebouwd.
Anna Roos overlijdt op 15 november 1751 en wordt in Alphen begraven. Haar schoonzoon, Matthijs Herffst, gaat daarop de bezittingen beheren en de financiële zaken afhandelen.
1754
Overpost: Op 18 juli 1754 koopt schoonzoon Mattheus Herffst, koopman te Amsterdam, uit de nalatenschap van zijn schoonouders Plaat en Roos zowel Overpost als Welgelegen. Voor het eerst wordt hierbij de omschrijving gebruikt van de “buitenplaats OVERPOST”. Aan de overzijde van de Rijn was in hotel ‘De Prins van Oranje’ het Generaal Postcomptoir gevestigd, opgeheven in 1761. Aan dit postkantoor is de naam Overpost ontleend.
De buitenplaats bestaat "uit twee huizen en erf, even buiten het Noordeinde van Alphen met een stenen koepel, strekkend van de Hoge Rijndijk tot in de Rijn.
Drie maanden later verkoopt Herffst de buitenplaats aan de Amsterdammer Hermanus Schutte, omschreven als: “een buitenplaats genaamd OVERPOST, bestaande uit twee huizen en erven, met desselfs stenen koepel, bepoting en beplanting.”

Een tekening van Jan de Beyer, gemaakt op 19 september 1749, toont het nabijgelegen ‘Brittenrust’. Achter de molen is het buiten ‘Overpost’ zichtbaar.
1769
Overpost: In 1769 verkoopt Hermanus Schutte Overpost aan Christiaan Heitland (bewoning Heitland: 1769–1785).
In deze periode worden de beide panden van Overpost vermoedelijk samengevoegd tot één geheel.
1784
Welgelegen: Op 9 januari 1784 overlijdt de eigenaar en bewoner Jan van der Wilt. Uit een beschrijving uit datzelfde jaar blijkt dat Welgelegen ten noorden werd begrensd door het perceel van C. Heitland.
1785
Overpost: Op 14 juni 1785 draagt Christiaan Heitland Overpost over aan Johannis Bilsteijn. (Bewoning Bilsteijn: 1785–1789).
1789
Overpost: Op 7 juli 1789 verkoopt Bilsteijn de buitenplaats Overpost aan de ‘medische doctor’ Hendrik Jan Krüger (gehuwd met Johanna Alberta Willinck).
1798
Welgelegen: In 1798 worden Regina Magdalena Mensinga en Geertruida Rebecca Mensinga eigenaressen van buitenplaats Welgelegen.
1808
Overpost: In 1808 wordt de buitenplaats Overpost door Johanna Alberta Willinck, weduwe van dr. Hendrik Jan Krüger, verkocht aan Anthoni Lemzon Pijnacker, die hier zijn intrek neemt. Bewoning Pijnacker: 1808–1849.

In Kunst op Overpost beschrijft C.H. Dinkelaar de onrustige periode waarin Pijnacker hier woonde.
De Bataafse Republiek, het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Napoleon en de daaropvolgende Franse overheersing brachten veel onrust naar Alphen.
In 1787 — kort vóór deze periode — trokken Pruisische troepen onder bevel van de Rijngraaf van Salm door Alphen. Zij kwamen de stadhouder te hulp en marcheerden richting het opstandige Amsterdam om de macht van prins Willem V te herstellen. De vele soldaten, paarden en ondersteunende manschappen lieten vernielingen en confiscaties achter. Roof en mishandeling waren aan de orde van de dag. In 1788 vertrokken de Pruisen weer.
In 1794 kregen de patriotten opnieuw de overhand en werd de Bataafse Republiek uitgeroepen. Het bewind van Napoleon liet zich voelen, en in heel Rijnland kwam de plattelandsbevolking in opstand. De bevolking van Alphen en Oudshoorn liep hierin voorop: zij trokken op naar het Franse garnizoen in Leiden.
In 1813 wapperde in Alphen — als eerste plaats in Nederland — de oranjevlag weer, gehesen vanaf de Alphense kerk.
1822 en 1823
Overpost: In 1822 trouwt Pijnacker met Catharine Antoinette Jeanne de Monchy. Het echtpaar krijgt drie zonen en drie dochters. Vier van de kinderen overlijden binnen enkele maanden na hun geboorte, waaronder een tweeling.
Naast zijn werk als arts wordt Pijnacker vanaf 1823 ook wethouder. Het burgemeesterschap en wethouderschap waren in die tijd nog nevenfuncties.
1830
Overpost: Rond 1830 laat Pijnacker Overpost verdelen in een praktijkruimte en een woongedeelte. Daarbij wordt de voordeur verplaatst van het midden naar de rechterzijde van de voorgevel, vermoedelijk om het privégedeelte te scheiden van de praktijk.
1832
Overpost: In 1832 wordt in Nederland het kadaster ingevoerd. Overpost wordt als volgt geregistreerd:
- Nummer 446: huis en erf groot 560 m2
- Nummer 447: koepel 24m2 en
- Nummer 448: lustplaats 1280 m2.
1834
Na het overlijden van burgemeester Ooykaas in 1834 wordt dr. Lemzon Pijnacker benoemd tot burgemeester, een functie die hij bekleedt tot aan zijn overlijden op 8 augustus 1849. De raads- en collegevergaderingen worden gehouden in herberg Sint Joris, maar de informele besprekingen vinden plaats in het schoutenhuis — bij de burgemeester thuis, op Overpost.
1835
Welgelegen: Vanaf 1835 wordt Welgelegen bewoond door Jacques Johan Kuys en zijn echtgenote Adriana Klasina Bronkhuysen.
Hier wordt ook hun zoon Jacobus Johannes geboren, over wie later wordt geschreven dat hij “krankzinnig” was.
1849
Overpost: Na het overlijden van burgemeester Pijnacker op 8 augustus 1849 wordt Overpost bewoond door zijn erven.
Bewoning erven Pijnacker: 1849–1855.
1852
Welgelegen: Op 7 december 1852 overlijdt J.J. Kuijs. Vanaf dat moment wonen de weduwe Kuijs–Bronkhuysen en Pijnacker–Monchy naast elkaar aan de (huidige) Wilhelminalaan.
1855
Overpost: Rond 1855 wordt Overpost verkocht aan de weduwe Adriana Klasina Kuijs–Bronkhuysen, die er gaat wonen met haar zoon Jacobus Johannes. Bewoning: 1855–1884.
Welgelegen: Weduwe Kuijs verhuurt Welgelegen, onder meer aan kantonrechter Ledeboer. Eigendom Kuijs–Bronkhuysen: ca. 1854–1871.
1871
Welgelegen: Op 15 mei 1871 wordt Welgelegen door weduwe Kuijs–Bronkhuysen verkocht aan Cornelis Conijn. In de verkoopakte wordt het pand omschreven als: “heerenhuis, genaamd Welgelegen, met koepel aan den straatweg en een kamer met uitzicht op den straatweg, voorts stalling en verdere getimmerten, tuin en erve.” Bij de verbreding van de Rijn in 1903 wordt de tuin aanzienlijk verkleind en verdwijnt ook het koepeltje.
1885
Overpost: Na het overlijden van weduwe Kuijs in 1885 wordt haar zoon Jacobus Johannes Kuijs de hoofdbewoner van Overpost. Wegens zijn geestelijke gesteldheid wordt hij verzorgd door een inwonende huisbewaarder en diens echtgenote. Jacobus Johannes Kuijs overlijdt op 6 februari 1907. In 1884 schonk mevrouw de weduwe Kuys-Bronkhuyze een deel van het avondmaalzilver aan de Nederlands Hervormde gemeente in Alphen, zodat een deel van het avondmaalzilver uit de huishouding van Overpost nog altijd in de kerk wordt gebruikt.
Bewoning Jacobus Johannes Kuijs: ca. 1884/85–1907.
1900
Welgelegen: Rond 1900 wordt het huidige Welgelegen gebouwd in opdracht van de familie Van Wijk, die er vervolgens tot 1950 blijft wonen.
1908
Na het overlijden van Jacobus Johannes Kuijs in 1907 wordt Overpost geveild.
Op 29 februari 1908 verschijnen voor notaris C. van der Lee in Aarlanderveen de erfgenamen van J.J. Kuijs — de nakomelingen van zijn ooms en tantes. Zij horen dat de nalatenschap een vermogen omvat van circa 1.100.000 gulden, een uitzonderlijk hoog bedrag voor die tijd.
Overpost wordt vervolgens verkocht als herenhuis met koetshuis, erf en tuin, samen met circa 7,5 hectare weiland en bouwgrond.
De nieuwe eigenaar wordt Jonkheer Johan Anthonij Boreel de Mauregnault, heer van Esselijker en St. Jacobswoude. Hij is gehuwd met Maria van Meurs.
De familie Boreel huurt sinds 1906 de buitenplaats Rheimhein (Rust en Werk), het huidige wegrestaurant van Avifauna, en blijft daar wonen. Overpost wordt dus niet hun woonhuis. In november 1908 wordt in Overpost een christelijke naaischool gevestigd. In het koetshuis komt een vishandel.
1912
Overpost: In 1912 wordt het visbedrijf verder uitgebreid. In de tuin aan de Rijn wordt een klein kantoorgebouwtje neergezet ten behoeve van de handel. In zowel het huis Overpost als het naastgelegen koetshuis is inmiddels de visserij “De Wijde Aa” gevestigd, een handel in voornamelijk zoetwatervis. In 1913 wordt het koetshuis verbouwd tot ijsfabriek, waarvan de productie deels bestemd is voor de eigen visserij en deels voor derden. De onderneming draait echter slecht, en Boreel verlaat uiteindelijk de gemeente.
1916
Overpost: Op 30 november 1916 wordt Overpost openbaar geveild. Het complex wordt op 7 december 1916 toegewezen aan de gemeente Alphen.
De gemeente koopt:
- het herenhuis Overpost met erf en tuin,
- een autogarage met twee bovenwoningen,
- en 24 percelen bouwterrein.
Het pand wordt bestemd voor de gemeenteadministratie en zal dienen als kantoorruimte voor gemeentelijke diensten. Eigendom gemeente Alphen aan den Rijn: 1916–1939.

1918
Overpost: Na samenvoeging van Alphen, Aarlanderveen en Oudshoorn op 1 januari 1918 bleef in het pand de secretarie en de dienst openbare werken gevestigd van de nieuwe gemeente. In de crisisjaren werd ook het bureau voor steunverlening en werkverschaffing in het pand ondergebracht.
Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog was de huidige Wilhelminalaan (toen nog Wilhelminastraat) nog niet geheel bestraat. Van ‘Overpost’ uit rechtsaf had de straat als eerste laan nog aan weerszijden hoge bomen. De vrouwen droegen hun Rijnlands Kostuum met kap.

Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog was de huidige Wilhelminalaan (toen nog Wilhelminastraat) nog niet geheel bestraat. Van ‘Overpost’ uit rechtsaf had de straat als eerste laan nog aan weerszijden hoge bomen. De vrouwen droegen hun Rijnlands Kostuum met kap.
1939
Overpost: Na de bouw van het nieuwe raadhuis aan het Burgemeester Visserpark in 1939 verhuizen alle gemeentelijke diensten uit Overpost naar het nieuwe gebouw. De buitenplaats komt hierdoor leeg te staan.
Op 16 september 1939 besluit de gemeenteraad het leegstaande Overpost gedeeltelijk te gebruiken als distributiekantoor voor: bonkaarten voor levensmiddelen; stamkaarten die nodig zijn voor het verkrijgen van bonnen en persoonsbewijzen met pasfoto en vingerafdrukken.
1944
Overpost: De Rijksgebouwendienst wil Overpost slopen om er een nieuw postkantoor te bouwen, maar gemeente en rijk bereiken geen overeenstemming over de prijs. Hierdoor wordt Overpost in 1944 verkocht aan firma Samsom, die ook eigenaar wordt van het naastgelegen koetshuis (Parkzicht, gesloopt in 1987).
Eigendom Samsom N.V.: 1944–1979.
Na de capitulatie van de Duitsers wordt in Overpost gevestigd de eerste Politieke Opsporingsdienst Rijnstreek, later de Politieke Recherche Afdeling.
1947
Overpost: Per 1 oktober 1947 gaat de Oranjeschool gebruikmaken van Overpost, nadat het eigen schoolgebouw door brand is verwoest.
Er ontstaan discussies met de verhuurder (Samsom) over het geringe aantal toiletpotten en het lekkende dak van de serre. De oorzaak van het lekkageprobleem blijkt bijzonder: het dak was veelvuldig belopen omdat er konijnenhokken op stonden. De houten roosters ter bescherming tegen belopen en zon — zogenaamde zonnewachters — waren tijdens de bezetting gebruikt als brandhout.
De huur wordt op 31 maart 1948 nog met één jaar verlengd; daarna volgt de verbouwing.

1949-1951
Overpost: Tussen 1949 en 1951 werd het huis verbouwd om het pand geschikt te maken als toonzalengebouw. Besloten werd het gebouw te renoveren onder handhaving van de stijl. De gevel werd weer in oorspronkelijke opzet teruggebracht. De verbouwing die burgemeester Lemzon in 1830 had laten uitvoeren werd teruggedraaid en de voordeur werd opnieuw in het midden geplaatst. Het dak werd verwijderd en vervangen door een plat dak.
De Alphense architect was Pieter Groenhart (1911-1988).
Tegen de noord-oostkant van Overpost stond op een gemetselde voet een eenvoudig houten gebouw van 5,90 bij 20 meter, waar een aantal kantoorruimtes in getimmerd was, waarschijnlijk in de jaren 30 van de 20ste eeuw als stempellokaal gebruikt.
Overpost: Een verbouwing van ‘Overpost’ volgde in 1950-’51. De voordeur werd teruggeplaatst naar het midden: aan beide zijden van de voordeur drie ramen. In het pand kwamen de toonzalen van de drukkerij. Het logo van de firma Samsom prijkte boven de voordeur: Nauta-Sequitur-Astra, de schipper volgt de sterren.
Overpost werd inwendig gesloopt en vervolgens één meter ‘opgelicht’. De voet werd opgemetseld. Aan de noordzijde werden een entree met garderobe en een keuken, ieder van circa 10m2 aangebouwd.
De aannemer was W. van der Bijl van de Julianastraat (Coen van Bijl contactpersoon).
Eerst werd een moderne sanitaire groep in de noord-oostelijke hoek van het gebouw geplaatst, daarna volgde de eigenlijke verbouwing in 4 delen:
- De dakconstructie
Door de matige kwaliteit van het dak, werd besloten het geheel te slopen en niet meer op te bouwen. Op de zoldervloer kan dus een nieuw plat dak te rusten. Pas in 1987 werd het dak opnieuw opgebouwd. - De muren en kozijnen
Door de slechte toestand van de gevel, werd deze tot het straatniveau afgebroken en ter vervanging werd een spouwmuur gebouwd met een buitenkant van schoon metselwerk waarbij de machinale
vormsteen in Rijn-formaat gebruikt werd. De raamkozijnen met hardstenen onderdorpels werden opgeslagen en geschikt gemaakt voor herplaatsing. De muurzijden werden geconserveerd met lood…menie. De deurpartij werd ook opgeslagen.Onder bovendorpel bleek de originele tekst Overpost te staan. De nieuwe toegangsdeur die weer in het midden werd geplaatst bij deze verbouwing was een hardhouten deur met daarop een metalen rekje van diagonaalstaven met op de kruisingen gesmede roosjes en sterren. Deze vormden een verwijzing naar het logo van de firma Samsom (Nauta Sequitur Astra, De schipper volgt de sterren). Naar de wens van de architect ontwierp G.P. van Muijen, de binnen- en buitenlantaarn van paars kathedraalglas. Het smeedwerk werd in de smederij en constructiewerkplaats van H.J. Grimbergen aan de Emmalaan gemaakt.
De achtergevel en de serre werden vrijwel ongewijzigd gelaten. - Fundering
De binnenmuur van voor naar achter werd afgebroken. Tussen de nieuwe binnenmuur en de zuidgevel werd een staalconstructie opgericht ter ondersteuning van de verdiepings- en dakvloer. Deze constructie vond steun op drie steunpunten van gewapend beton, elk geplaatst op vier palen van acht meter lang. Gezien de beperkte ruimte en de toenmalige mogelijkheden werden de palen in de grond gedreven met een heiblok dat langs een verticale mast gleed en getrokken werd door zes mannen aan lui-touwen (het luien met de aap). Daarbij werd een oud heierslied van tien regels gezongen waarbij Iedere zangregel samen viel met één slag; na tien slagen werd gerust.
Op alle funderingspalen werd een twintig centimeter dikke plaat van gewapend beton gestort, waarop de nieuwe muur werd opgetrokken.
In een oud hergebruikt binnendeurkozijn vond G.P. van Muijen 2 namen en een datum: 11 maart 55 (1755 waarschijnlijk): J.Maas, P. Vibbe en K. Slingerland.
Na ingebruikname bleek grondvocht op de zuidgevel op te trekken. Er zijn daarna sleuven in de muren gehakt onder het straatniveau. Daarin werden loodplaten aangebracht waarna het vocht niet meer kon optrekken. Aannemer van het laatste deel van de verbouwing was de firma Gesman en Zoetemeijer van de Oudshoornseweg (contactpersoon Wijnand Gesman). - Diversen
Onder de schelpenlaag in de hal werd een koperen één cents muntstuk gevonden uit 1826 van Koning Willem I (in het bezit van de historische vereniging).
Op 25 augustus 1951 vond de officiële ingebruikneming plaats. Samsom gebruikte het gebouw als toonzaal met in een aanbouw een kantoor.
Welgelegen: De firma Samsom werd eigenaar van Welgelegen.

1978
Overpost: Het Koetshuis (Parkzicht) en Overpost werden in 1978 op de voorlopige monumentenlijst van de gemeente geplaatst.
1979
Koetshuis: Het koetshuis werd in 1979 verkocht aan een makelaar die er zijn kantoor in vestigde. Vervolgens werd er een sloopvergunning aangevraagd, die geweigerd werd. Desondanks werd tot vrijwel ieders verrassing het koetshuis op 2 maart 1987 met grond gelijkgemaakt (zie hierna).
Overpost: Na de verhuizing van Samsom naar een nieuw gebouw werd in 1979 Overpost door N.V. Herbam te huur aangeboden aan de gemeente voor diverse nieuwe gemeentelijke afdelingen, waaronder de afdeling ‘personeelsorganisatie-automatisering’ en ‘sociaal culturele zaken’. In 1985 kwam daar de afdeling ‘onderwijs’ bij om samen met de afdeling sociaal culturele zaken de afdeling ‘welzijn’ te vormen.
Overpost en de naaste omgeving werd verkocht om dit deel van de Wilhelminalaan een moderne woonfunctie te geven.
1980
Overpost: Sinds 4 november 1980 is Overpost aangemerkt als Rijksmonument (link).
1987
Koetshuis: Er werd na de aankoop door het Koetshuis in 1979 een vergunning voor sloop aangevraagd. Die werd geweigerd. Tot ieders verrassing werd het koetshuis op 2 maart 1987 met de grond gelijk gemaakt.
Overpost: In 1987 dreigt korte tijd sloop, maar uiteindelijk wordt Overpost geheel gerestaureerd en gerenoveerd. Daarbij worden diverse aanpassingen uitgevoerd:

- Er komt een opbouw van de dakverdieping, anders dan de oorspronkelijke, waardoor meerdere bruikbare ruimten ontstaan.
- De totale diepte van het pand, exclusief de serre, wordt teruggebracht van 15,90 meter naar 11,84 meter.
- Er wordt een geheel nieuwe, bijpassende achtergevel opgericht.
- De dakverdieping wordt opnieuw opgebouwd.
- De achtergevel komt te rusten op een gewapend betonnen plaat.
Op 15 december 1987 wordt het gebouw opnieuw officieel in gebruik genomen, ditmaal als representatief en werkkantoor voor Delcon Bouw en werkmaatschappij Dymec Bouw.
1923-1939
Overpost: Van 1923 tot 1939 was de naam van de dubbele laan tegenover het oude raadhuis: Lemzonlaan. In 1939 wordt de naam gewijzigd naar het Burgemeester Visserpark.
1997
Overpost: Vanaf 1997 is Berntsen Mulder Advocaten gevestigd in Overpost.
2006
Overpost: Overpost wordt aangeschaft door de partners van Berntsen Mulder Advocaten.
2018
Welgelegen: In 2018 wordt Welgelegen eigendom van advocaat Nils Uitenbogaart.
2024
Welgelegen: Vanaf 2024 verruilt Berntsen Mulder Advocaten zijn 2e vestiging aan het Burgemeester Visserpark 13-15 om naast Overpost de praktijk uit te oefenen in de gezamenlijke panden Overpost en Welgelegen.

Vanaf de Postbrug naar het noorden was de Wilhelminalaan (toen nog Wilhelminastraat), voor een deel met keitjes bestraat. Voorbij ‘Vaartzicht’ rechts zijn de gevels op te merken van Welgelegen met boerderij en daarnaast Overpost.
Bronvermelding
- De buitenplaats ‘Overpost’, deel III, G.P. van Muijen
- De uitmondingen van de Aar in de Oude Rijn, G.P. van Muijen
- Kunst op ‘Overpost’, C.H. Dinkelaar
- Overpost in vroeger tijden, J.Ph. Labordus
- Hoe monumentaal is ‘Overpost’ nog?, G.P. van Muijen
- Historische Vereniging Alphen aan den Rijn
Alphense Historie

De panden Wilhelminalaan, links huisnummer 14, midden nummer 12 ‘Overpost’ ten tijde van eigenaar Antoni Lemzon Pijnaker, rechts ‘Welgelegen’.
Het pand heeft dan een lage dakopbouw, in latere jaren geheel verwijderd.

Van rechts naar links, opname ± 1920. Rechts ‘Overpost’ bewoond van 1808 tot 1852 door de familie Lemzon Pijnaker.
1. Lemzon Pijnaker was huisarts en daarnaast per 1823 wethouder; van 1834 tot zijn overlijden in 1849 burgemeester van Alphen.
Naast ‘Overpost’ het koetshuis, vervolgens huisnummer 18 (weggebroken) en de hoge, nog bestaande panden, huisnummer 20 en 22.
Het Burgemeester Visserpark is nog niet aangelegd.

De panden in 1987, kort voor de renovatie en afbraak van het pand Wilhelminalaan 14.
De opbouw van de dakverdieping is in 1987 gerealiseerd, anders dan oorspronkelijk, waardoor er meer bruikbare ruimte ontstond.

Opname 1980. Wilhelminalaan 10 ‘Welgelegen’ (naam in de daklijst) en Wilhelminalaan 12 ‘Overpost’ (naam in de deurpost).
Speciale dank aan mevrouw Ria Langeveld-Turkenburg (Historische Vereniging Alphen)
